De vakantie opent zijn deuren, en duurt voort tot en met een april -ik zie de gezichtjes al groen en geel kleuren van jaloezie en het spijt me maar ik kan jullie geen ongelijk geven- Nummer een op de to do lijst is natuurlijk reizen reizen en reizen, hoewel dat voorlopig nog een moeilijk punt is aangezien we van afs pas vanaf twintig januari mogen reizen en dan nog toestemming van jan en alleman nodig hebben. Maar er wordt werk van gemaakt en in de tussentijd houden we het bij de onontdekte playa's en verborgen plaatsjes in de provincie Esmeraldas zelf, waar we ook al even bezig mee zijn want de provincie op zich is al even groot als Belgie -en men blijft Ecuador maar een klein land noemen- En ondertussen brengen we onze ochtenden door in onze geliefde guarderia ergens langs de rio's van Esmeraldas tussen de houten huisjes en zandpaadjes, waar acht uur per dag al de kinderen die aan deze oevers opgroeien worden samengebracht. Elk dragen ze hun eigen verhaal met zich mee, eentje is ziek omdat de moeder tijdens de zwangerschap en de borstvoeding zwaar aan de drugs zat, de ander heeft een moeder van dertien jaar,... maar daar zijn ze acht uur per dag gewoon kinderen die eten en verzorging krijgen. Al voor we er binnenkomen horen we in koor uit een massa kindermondjes onze naam roepen, die tevens voor ons allemaal hetzelfde is 'tia tia tia' -tante-. En wanneer je de deur binnentreedt begint de aanval, kleine hoopjes mens komen met open armpjes op je af getrippeld en voor de rest van de dag heb je op z'n minst van voor en van achter twee kinderen aan je hangen. De plaats wordt rechtgehouden door vijf prachtige tia's die vol energie, klappend in hun handen, met hun negerinnenkonten schuddend en met heel hun weelderige lichamen knuffelend en troostend, elk hun hoekje beheren. In het hoekje van de allerjongsten -van nul tot een paar maanden- worden de babytjes op bed gedrapeerd, gewiegd en pampers ververst. in het hoekje van de volgende leeftijdscategorie wordt er rondgewaggeld en gekropen, op alles gezabberd wat er maar vastgegrepen kan worden, gevallen en gehuild, en dan is daar de tia der tia's die ze een voor een van de grond plukt en knuffelt en kust alsof ze ze gaat opeten, zoals mama dat kan als ze slachtoffers die klein en schattig genoeg zijn kan vinden. Dan komt er het hoekje waar al wat gespeeld kan worden, liedjes gezongen en kringetjes gemaakt, in een ander hoekje wordt met puzzels geexperimenteerd, in een ander wordt er op tekenpapier aangevallen met potloden en soms wordt er zelfs al geteld. En zo worden ze, hoewel het telkens dezelfde puzzels zijn en de potloden al tot op het bot opgebruikt zijn, zoet gehouden tot er banken en stoelen tevoorschijn worden geschoven en er wonder boven wonder voor bijna iedereen een zitplaats wordt gecreëerd en dan begint de drukte van het eten, schoonmaken en slapen. Een heel bord soep en rijst met vlees moet in ieder mondje binnengeschoven worden -die maaltijd is tevens de hoofdreden dat de meeste kinderen komen-, wat niet bepaald gemakkelijk is. Ze zakken op hun stoeltjes onderuit, vallen alvast in slaap, geven alles te vroeg weer terug -langs boven of onder- en het eten beland overal behalven in de mondjes. Een schoonmaakbeurt is na deze zottigheid dan ook hoognodig, kleren worden uitgetrokken en een voor een worden ze in het kleine badkamertje afgespoten, op de potjes gezet en uiteindelijk op de twee matrassen en alle andere plaatsjes die voor slapen beschikbaar zijn gedrapeerd voor een siesta. Dan lijkt de boel wat gekalmeerd en verlaten wij stilletjes het gebouwtje, maar wanneer ze wakker worden -en ze slapen bijlange niet allemaal- begint het hele spel weer van voor af aan.
Mijn oude blog weer wat leven ingeblazen voor een nieuw (mini)avontuurtje in de Dominicaanse Republiek!
vrijdag 30 december 2011
De vakantie opent zijn deuren, en duurt voort tot en met een april -ik zie de gezichtjes al groen en geel kleuren van jaloezie en het spijt me maar ik kan jullie geen ongelijk geven- Nummer een op de to do lijst is natuurlijk reizen reizen en reizen, hoewel dat voorlopig nog een moeilijk punt is aangezien we van afs pas vanaf twintig januari mogen reizen en dan nog toestemming van jan en alleman nodig hebben. Maar er wordt werk van gemaakt en in de tussentijd houden we het bij de onontdekte playa's en verborgen plaatsjes in de provincie Esmeraldas zelf, waar we ook al even bezig mee zijn want de provincie op zich is al even groot als Belgie -en men blijft Ecuador maar een klein land noemen- En ondertussen brengen we onze ochtenden door in onze geliefde guarderia ergens langs de rio's van Esmeraldas tussen de houten huisjes en zandpaadjes, waar acht uur per dag al de kinderen die aan deze oevers opgroeien worden samengebracht. Elk dragen ze hun eigen verhaal met zich mee, eentje is ziek omdat de moeder tijdens de zwangerschap en de borstvoeding zwaar aan de drugs zat, de ander heeft een moeder van dertien jaar,... maar daar zijn ze acht uur per dag gewoon kinderen die eten en verzorging krijgen. Al voor we er binnenkomen horen we in koor uit een massa kindermondjes onze naam roepen, die tevens voor ons allemaal hetzelfde is 'tia tia tia' -tante-. En wanneer je de deur binnentreedt begint de aanval, kleine hoopjes mens komen met open armpjes op je af getrippeld en voor de rest van de dag heb je op z'n minst van voor en van achter twee kinderen aan je hangen. De plaats wordt rechtgehouden door vijf prachtige tia's die vol energie, klappend in hun handen, met hun negerinnenkonten schuddend en met heel hun weelderige lichamen knuffelend en troostend, elk hun hoekje beheren. In het hoekje van de allerjongsten -van nul tot een paar maanden- worden de babytjes op bed gedrapeerd, gewiegd en pampers ververst. in het hoekje van de volgende leeftijdscategorie wordt er rondgewaggeld en gekropen, op alles gezabberd wat er maar vastgegrepen kan worden, gevallen en gehuild, en dan is daar de tia der tia's die ze een voor een van de grond plukt en knuffelt en kust alsof ze ze gaat opeten, zoals mama dat kan als ze slachtoffers die klein en schattig genoeg zijn kan vinden. Dan komt er het hoekje waar al wat gespeeld kan worden, liedjes gezongen en kringetjes gemaakt, in een ander hoekje wordt met puzzels geexperimenteerd, in een ander wordt er op tekenpapier aangevallen met potloden en soms wordt er zelfs al geteld. En zo worden ze, hoewel het telkens dezelfde puzzels zijn en de potloden al tot op het bot opgebruikt zijn, zoet gehouden tot er banken en stoelen tevoorschijn worden geschoven en er wonder boven wonder voor bijna iedereen een zitplaats wordt gecreëerd en dan begint de drukte van het eten, schoonmaken en slapen. Een heel bord soep en rijst met vlees moet in ieder mondje binnengeschoven worden -die maaltijd is tevens de hoofdreden dat de meeste kinderen komen-, wat niet bepaald gemakkelijk is. Ze zakken op hun stoeltjes onderuit, vallen alvast in slaap, geven alles te vroeg weer terug -langs boven of onder- en het eten beland overal behalven in de mondjes. Een schoonmaakbeurt is na deze zottigheid dan ook hoognodig, kleren worden uitgetrokken en een voor een worden ze in het kleine badkamertje afgespoten, op de potjes gezet en uiteindelijk op de twee matrassen en alle andere plaatsjes die voor slapen beschikbaar zijn gedrapeerd voor een siesta. Dan lijkt de boel wat gekalmeerd en verlaten wij stilletjes het gebouwtje, maar wanneer ze wakker worden -en ze slapen bijlange niet allemaal- begint het hele spel weer van voor af aan.
woensdag 23 november 2011
donderdag 10 november 2011
woensdag 12 oktober 2011
Atacames, mijn thuis in de weekenden –en door de week ook al eens- is zowat het tegengestelde van die Ecuadoriaanse cultuur. Daar bestaan dingen als familie en traditie niet, daar bestaan enkel de golven en de fiesta’s. Daar loop je de hele wereld tegen het lijf, globetrotters die er voor enkele maandjes neerstrijken, surfers die niets anders doen dan hele dagen over de golven glijden, hippies die hun zelfgemaakte waren aan de toeristen proberen te verkopen, backpackers die er hun tocht eventjes staken. Daar is loco zijn geen belediging maar een vereiste en zijn de geesten zo breed als de horizon.
maandag 10 oktober 2011
De interactie die hier bestaat tussen elkaars leven komt overal terug; in de manier waarop dingen als privacy zo goed als niet bestaat, een duidelijke afbakening van eigendommen ver zoek is, al je spullen altijd en overal bestudeerd en onder handen genomen moeten worden, lichamelijk comtact zowat noodzakelijk is bij elke handeling, je de amiga of hija (dochter) bent van zelfs de vreemdste vreemdeling, iedereen alles over je moet weten en op die uitleg steevast ‘porque?’ volgt, je altijd verteld wordt wat je moet doen en natuurlijk wordt aangenomen dat je dat zonder nadenken opvolgt, men elkaar altijd en op elk moment belangeloos te hulp schiet ,... Afbakening tussen levens zijn van het begin af aan onbestaande. En zo ontstaat het tegengestelde; bindingen, zo onbewust tot stand komend en toch zo belangrijk, en die worden gespekt door tradities die onder alle omstandigheden in ere worden gehouden. Zo worden regatta’s in België in stand gehouden door studenten en bier –veel meer tradities vallen er niet na te leven– en kunnen zo’n evenementen hier niet plaats vinden zonder dat er reina’s worden gekozen, er typische plata’s worden bereid, zonder cervesa’s en muziek overal mee te sleuren en massa’s marimba’s te dansen, zwierend met kleurrijke gewaden. Zo is het nationale voetbalteam heilig en barst en centro commercial zowat uit zijn voegen wanneer daar een match wordt vertoond. Zo worden nationale feestdagen gevierd door volksliederen te zingen met de hand op het hart, het land en zijn geschiedenis te eren door gedichten voor te dragen en speechen te houden en wordt aan de hand van officiele choreografiën de vlag gekust en trouw gezworen aan het vaderland. Dat alles versterkt hun binding met het weinige dat ze hebben, en zo wordt die grote wereld die ze missen gediminueerd tot een klein en onbelangrijk detail. Zo kunnen ook zij die in de uit hout opgetrokken huisjes bestaande uit twee kamers en een muziekinstallatie –want hoe arm ze ook zijn, geen mens kan hier zonder de reggaeton- hun dagen slijten temidden van de cacaobomen, met de vijf andere gezinnen die daar hun toevlucht vonden en het ruisen van de rivier als enige gezelschap, de lach altijd terugvinden en maakt het ook degenen die in een van de krakkemikkige huisjes in de stad wonen en die misschien wel de kans zouden hebben verder te studeren niets uit dat ze op straat, roepend achter een fruitkarretje terecht komen. Ze hebben hun cultuur en hun tradities, hun muziek en hun familie, en dat blijkt genoeg te zijn voor een heel leven.
dinsdag 27 september 2011
Een berichtje van la gringa loca -zo word ik tegenwoordig genoemd- met meer vreemdheden uit dit vreemde landje;
- Overal worden de muren bekleed door Che Guevara's en communistische tekens en de president -heeft een Belgische vrouw!- is een socialist die naar het communisme neigt, toch loopt de maatschappij zo rechts; ieder voor zich, geen sociale zekerheid en geen belastingen -voor de meest luxueuze huizen aan de kust betaalt men amper honderd dollar belasting per maand-, de armen worden enkel armer en de rijken enkel rijker. Terwijl in België alle kenmerken van het socialisme aanwezig zijn en daar de bevolking -Vlaanderen althans- eerder naar de rechtse kant neigt.
- Wanneer mensen praten is dat voornamelijk op een toon waarop het lijkt dat ze boos zijn -het Zuid-Amerikaanse temperament- en niets lijkt hier te mogen, enkel te moeten; zit, eet, zwem... Mensen die dingen voor zichzelf beslissen zijn dan ook zeldzaam, al die bevelen, verplichtingen en dogma's worden gewoon zonder nadenken aangenomen, en as you know staan al die obligaties bij mij bij voorbaat al in een slecht daglicht, gewoon om het feit dat ze opgelegd zijn, en dan probeert men mij uit te leggen dat ik die das op maandag niet als verplichting moet zien...
- Polities zie je hier overal maar houden zich met heel andere dingen bezig dan de pietluttigheden als gordels in de auto en het naleven van verkeersregels -die er blijkbaar wel degelijk zijn, hoewel het naleven ervan nergens te bespeuren valt- waarmee ze in België hun uren kloppen, ze schieten enkel wakker voor het bestrijden van criminaliteit en het binnenvallen van discotheken in hun zoektocht naar drugs.
- Op de simpelste brommers zie je hele families -compleet met baby's en alles- over de straat sjeezen, en in de laadbakken van auto's kunnen hele scholen vervoerd worden.
- Wanneer men in de derde persoon over iemand spreekt zetten ze er niet zelden een lidwoord voor, dat maakt van mij dan lasouwi.
- Straten zijn bezaaid met bulten en gaten wat de rijcapaciteiten die zowiezo al tamelijk beperkt zijn niet bevordert en de ritjes in die gammele karretjes niet veraangenaamt. Maar met dank aan het feit dat er altijd wel dingen te bezichtigen vallen die blijven verbazen verkies ik die hotsende autoritjes toch nog meters boven de saaie egale autowegen van België.
- Geen mens heeft hier ook maar iets wat op een boek lijkt in huis, maar de bijbel is overal in een veelvoud aanwezig.
- Benzine is spotgoedkoop -nog niet een tiende van de prijs in Europa-, met dank aan de olieraffinaderij die hier zowat de halve stad van een job voorziet, met als gevolg dat dat ook geld voor de taxi's. Danku olieraffinaderij!
- Mensen lummelen en wachten de hele dag door, maar wanneer ze dan wakker schieten en in hun hoofd halen dat iets NU moet gebeuren wordt het gevaarlijk, dan is het opeens langs alle kanten 'rapido!' en 'mueve te!'.
- Wanneer iets niet lukt -wat niet zelden het geval is- kunnen ze, bij gebrek aan denkcapaciteiten en het besef dan dingen ook 'anders' kunnen, diezelfde handeling tot in het oneindige blijven herhalen met in hun hoofd de filosofie dat er toch oo
- it een geslaagde poging moet komen.
- Wanneer je iemand nodig hebt maak je geen gebruik van communicatiemiddelen als een telefoon of überhaubt een bel, je gaat gewoon voor diens huis staan roepen tot hij of zij terugroept en misschien ook zijn huis uit komt.
- Onder het poetsen van een huis verstaat men één keer per week met de borstel door de kamers gaan en bij gebrek aan warm water kent men iets als bacteriebestrijding niet, met gevolg dat de hele keuken vol ieniemini mieren zit die door het eten krioelen, hagedissen de muren sieren en deze plaats onleefbaar zou zijn voor mensen als papa en vele andere hygiënische belgen.
- Restaurant is een naam die gegeven wordt aan vrouwen die voor hun huis in hun potten staan te roeren waar het principe 'eten wat de pot schaft' geldt. Desondanks deze vreemde eethuisjes en het bijhorende ongedierte ben ik nog geen één keer ziek geworden. Toch worden mij elke keer dat ik hoest of er iets anders scheef aan mij is dokters en medicijnen aangeboden, die ik blijf weigeren en dan wordt ik weer hoofdschuddend koppig genoemd, een naam die blijkbaar wordt gegeven aan eenieder die niet zomaar alles aanneemt.
- Mensen zijn hier zo milieubewust dat ze nog steeds niet begrijpen waarom ik wel fruitresten op de grond gooi en geen papier en plastiek.
- Ijs moet je razendsnel verorberen -eten is dan ook één van de enige dingen die ze snel kunnen-, zoniet verdampt het zienderogen in je handen en is er binnen de kortste keren niets meer van over.
- De nieuwste films die in België net in de cinema te zien zijn -over cinema's maken ze zich niet druk want die zijn er toch niet- kan je voor amper één dollar overal verkrijgen -illigaal weliswaar-, zelfs de pitufos (de smurfen!) hangen hier overal uit en is natuurlijk al voor mijn oogjes verschenen.
- Ze kunnen er nog steeds geen vrede mee nemen dat ik maar één voornaam en één achternaam heb en bijgevolg gaven ze mij van beide een tweede en werd ik Zoë Esmeraldas de Goede Chumo gedoopt... duidelijk dat tijd hier geen geld is, ze verliezen al uren tegenover België enkel met het uitspreken van hun naam.
- Voor de kleinste activiteiten rekt men uren uit -wat bijgevolg ook nodig is- zodat ze op een dag zo goed als niks gedaan krijgen. Mij blijven ze verzekeren dat ik niet kan vliegen omdat God mij geen vleugels gegeven heeft, maar ik weiger die kerel zeggenschap te geven over mijn doen en laten!
- 'S nachts lijkt men geen slaap nodig te hebben, overdag des te mee
- r. Tengo sueño (heb slaap) is dan ook samen met tengo hambre (heb honger) het favoriete stopzinnetje.
- De humor ga ik nooit leren begrijpen; het grappigste vinden ze elkaar homo of loco te noemen. Dat is een gevolg van de mentale leeftijd die ettelijke jaren jonger is dan de officiële leeftijd die hen is toegeschreven en ik zou blijkbaar naar Ecuadoriaanse normen zo´n vijfentwintig jaar zijn -godzijdank dat ik hier niet ben geboren!
- Hoe jong ze ook zijn, lichamelijk en mentaal, voor de moeilijkste taak die er is, het grootbrengen van een kind lijkt niemand te jong en mij is dan ook al enkele keren de vraag gesteld of ik geen kinderen heb, en waarom.
- Disco's gaan steevast om twee uur dicht -het uur dat in België de feestjes net tegoei beginnen-, hoe hoog de ambiancebarometer dan ook reikt, terwijl de jeugd dan nog lang niet klaar is met de nacht.
- Ik heb ontdekt dat ze wel degelik een lessenrooster hebben; de dag is ingedeeld in acht uren maar voor de meeste vakken worden daar twee of drie van uitgerokken zodat het niet meer zo belangrijk is ze allemaal met les te vullen, en uiteindelijk wordt dat dan gedegradeerd tot helemaal niets. Ik denk niet dat er iemand is die weet wat dat lessenrooster inhoudt want op de vraag welk vak we nu hebben, wanneer het pauze is en hoe lang heeft niemand een antwoord.
- Wanneer je de hoogte van een persoon aanduidt mag je je hand nooit horizontaal houden, dat is voor de beesten, personen worden met verticale hand aangeduid.
- Van het principe 'less is more' heeft men nog nooit gehoord; hoe meer ze van iets hebben -rijst, muziek,...- hoe meer waarde het wordt toegeschreven, en de meer schaarse dingen als leefruimte, spullen en geld lijken nog niet half zo belangrijk te zijn. Van de ruimte die ze hebben wordt nog niet te helft effectief gebruikt, spullen worden opgehoopt of binnen de kortste keren kapot gekregen en geld kan men uitgeven aan werkelijk alles behalve de noodzakelijke dingen.
maandag 19 september 2011
dinsdag 13 september 2011
De afgelopen dagen in een notendop:
vrijdag 9 september 2011
Ondertussen ga ik hier een week naar school, als je het al een week kan noemen, de tweede dag broste ik al met toestemming van Bethcy, of nee, als voorstel van Bethcy, omdat ik een dringend bezoekje moest doen in Atacames en vandaag bleek school ook niet nodig omdat Andrea vrij had en we bijgevolg de dag op het playa doorbrachten. Dat blijkt hier allemaal heel normaal te zijn. De school begint om één uur, maar het moment dat de klas op dat moment vol zit moet nog uitgevonden worden -het moment dat de klas überhaubt vol zit is al zeer zeldzaam-, meestal begint tegen een uur of twee het volk binnen te stromen -ja, die school blijkt echt aangepast te zijn aan mijn behoeften-, als dan uiteindelijk de leerlingen paraat zijn zijn de momenten dat er een leerkracht in de klas staat weer zeldzaam, en als er eentje aanwezig is en het kan opbrengen zich met de les bezig te houden beperkt hij zich tot het aflezen of dicteren uit zijn boek. Maar des te minder les we hebben -hoewel ik in een interessante richting zit met vakken als literatuur, politiek en geschiedenis, waar ik in principe wel iets moet kunnen bijleren aangezien ik van die zaken uit dit land zo goed als niks afweet- des te meer ik de kans krijg mij bezig te houden met dat waarvoor ik nu eigenlijk naar school ga; socialisen. De vele uren die wachten zouden moeten heten -nu weet ik waar ze het aangeleerd krijgen- krijg ik dan ook goed ingevuld, er is altijd wel iets aan de gang en we amuzeren ons goed met ons klasje van acht mensen, hoewel het even geduurd heeft uit te vinden wie die acht mensen nu eigenlijk zijn omdat er dan weer dubbel zo veel volk aanwezig is en het volgende moment nog niet de helft. Deze school is een hemelsbreed verschil met de school die ik in mijn eerste bericht beschreef -waar ik door Bethcy heen gestuurd werd en na twee dagen door afs werd uitgehaald omdat ik pas vanaf vijf september naar school mocht gaan en al zeker niet naar die school omdat daar al een andere afs'er ging- ik weet niet hoe het komt, misschien omdat het een gemengde school is, maar hier gedragen mensen zich wel degelijk naar hun leeftijd, lijken ze met je te willen praten om wie je bent in plaats van hoe je eruit ziet en mijn blank zijn wordt hoogstens benadrukt door een hoge populariteitsgraad en het feit dat iedereen mijn naam kent. Nog steeds legt iedereen die populartiteit uit met als oorzaak dat ik anders ben -iets waar ze hier al niet aan gewend zijn; werkelijk iedereen is zwart of donker en elke vorm van diversiteit wordt bestreden met uniformen en honderden regeltjes die schmink, deodorant, usb kabels en weet ik veel wat nog meer verbieden en enkel als gevolg hebben dat deze in het tienvoud gebruikt worden-, ze lijken niet te willen zien dat anders zijn misschien wel speciaal kan maken, maar nooit beter, dat het puur racisme is.