vrijdag 30 december 2011

Zowat de vreemdste reeks feestdagen van mijn leven, misschien alleen al door het rare feit van een zonovergoten kerst. Kerstavond; lichtjes in de boom, bidden, kip op tafel -niet veel speciaals, het feit dat iedereen samen aan tafel zit is in deze familie al heel speciaal- en dan ik naar het playa van Atacames om daar kerstnacht en -dag door te brengen. Na al die zottigheid begon nieuwjaar al allesoverheersend in de straten van Esmeraldas aanwezig te zijn in de vorm van levensgrote houten poppen die symbool staan voor iemand of een groep mensen, waaraan massa's uren werk en geld wordt besteed om ze tijdens de jaarwisseling in brand te steken, op zo'n idee kan alleen Ecuador komen. Ons plan was om onze coordinator in brand te steken, die we niet al te graag hebben met al zijn regeltjes -en visa versa-, tot we erachter kwamen dat het verbranden voor geluk en goede wensen in het nieuwe jaar staat. De avond zelf begon met een familiedinner, de overschot van kerstavond, en tegen twaalf uur lag de straat vol met brandende poppen en spoot het vuurwerk alle kanten uit en daarmee verdween ook ik om het nieuwe jaar feestelijk in te gaan luiden aan het playa.

De vakantie opent zijn deuren, en duurt voort tot en met een april -ik zie de gezichtjes al groen en geel kleuren van jaloezie en het spijt me maar ik kan jullie geen ongelijk geven- Nummer een op de to do lijst is natuurlijk reizen reizen en reizen, hoewel dat voorlopig nog een moeilijk punt is aangezien we van afs pas vanaf twintig januari mogen reizen en dan nog toestemming van jan en alleman nodig hebben. Maar er wordt werk van gemaakt en in de tussentijd houden we het bij de onontdekte playa's en verborgen plaatsjes in de provincie Esmeraldas zelf, waar we ook al even bezig mee zijn want de provincie op zich is al even groot als Belgie -en men blijft Ecuador maar een klein land noemen- En ondertussen brengen we onze ochtenden door in onze geliefde guarderia ergens langs de rio's van Esmeraldas tussen de houten huisjes en zandpaadjes, waar acht uur per dag al de kinderen die aan deze oevers opgroeien worden samengebracht. Elk dragen ze hun eigen verhaal met zich mee, eentje is ziek omdat de moeder tijdens de zwangerschap en de borstvoeding zwaar aan de drugs zat, de ander heeft een moeder van dertien jaar,... maar daar zijn ze acht uur per dag gewoon kinderen die eten en verzorging krijgen. Al voor we er binnenkomen horen we in koor uit een massa kindermondjes onze naam roepen, die tevens voor ons allemaal hetzelfde is 'tia tia tia' -tante-. En wanneer je de deur binnentreedt begint de aanval, kleine hoopjes mens komen met open armpjes op je af getrippeld en voor de rest van de dag heb je op z'n minst van voor en van achter twee kinderen aan je hangen. De plaats wordt rechtgehouden door vijf prachtige tia's die vol energie, klappend in hun handen, met hun negerinnenkonten schuddend en met heel hun weelderige lichamen knuffelend en troostend, elk hun hoekje beheren. In het hoekje van de allerjongsten -van nul tot een paar maanden- worden de babytjes op bed gedrapeerd, gewiegd en pampers ververst. in het hoekje van de volgende leeftijdscategorie wordt er rondgewaggeld en gekropen, op alles gezabberd wat er maar vastgegrepen kan worden, gevallen en gehuild, en dan is daar de tia der tia's die ze een voor een van de grond plukt en knuffelt en kust alsof ze ze gaat opeten, zoals mama dat kan als ze slachtoffers die klein en schattig genoeg zijn kan vinden. Dan komt er het hoekje waar al wat gespeeld kan worden, liedjes gezongen en kringetjes gemaakt, in een ander hoekje wordt met puzzels geexperimenteerd, in een ander wordt er op tekenpapier aangevallen met potloden en soms wordt er zelfs al geteld. En zo worden ze, hoewel het telkens dezelfde puzzels zijn en de potloden al tot op het bot opgebruikt zijn, zoet gehouden tot er banken en stoelen tevoorschijn worden geschoven en er wonder boven wonder voor bijna iedereen een zitplaats wordt gecreëerd en dan begint de drukte van het eten, schoonmaken en slapen. Een heel bord soep en rijst met vlees moet in ieder mondje binnengeschoven worden -die maaltijd is tevens de hoofdreden dat de meeste kinderen komen-, wat niet bepaald gemakkelijk is. Ze zakken op hun stoeltjes onderuit, vallen alvast in slaap, geven alles te vroeg weer terug -langs boven of onder- en het eten beland overal behalven in de mondjes. Een schoonmaakbeurt is na deze zottigheid dan ook hoognodig, kleren worden uitgetrokken en een voor een worden ze in het kleine badkamertje afgespoten, op de potjes gezet en uiteindelijk op de twee matrassen en alle andere plaatsjes die voor slapen beschikbaar zijn gedrapeerd voor een siesta. Dan lijkt de boel wat gekalmeerd en verlaten wij stilletjes het gebouwtje, maar wanneer ze wakker worden -en ze slapen bijlange niet allemaal- begint het hele spel weer van voor af aan.

woensdag 23 november 2011

Hier zitten we dan in het midden van de zomer -we zitten altijd in het midden want de zomer is oneindig- langs onze mega kerstboom die zo uit een boekje zou kunnen komen -wat in schril contrast staat met het huis waarin hij geplaatst is- en niet wilt stoppen met op een verschrikkelijk eentonig toontje alle mogelijke kerstliedjes uit te spuwen en er schieten weer honderden loshangende rarigheden door mijn hoofd die het Belgenlandje toch zou moeten weten. Iedereen kan altijd en overal in slaap vallen en wat ik minder goed begrijp is dat men even gemakkelijk ook wakker wordt waardoor het in slaap zijn zelf weinig gewaardeerd wordt,alles -echt alles- wordt met een lepel gegeten en niemand lijkt een mes en vork te kunnen hanteren. Elke dag is er op elk kanaal van de televisie een half uur propaganda voor de regering en overal fladderen flyers van de communistische marxistische leninistische partij. Niemand stapt in een bus of taxi waar er geen loeiharde muziek draait. Mensen praten zoals sommige mensen aan de telefoon dat doen die denken dat ze moeten roepen tot waar de persoon aan de andere kant van de lijn zich bevindt. Quasi alle mannen heten Carlos en alle vrouwen zijn Carla gedoopt. Dat wat in de Belgische geschiedenislessen communisme wordt genoemd is hier socialisme en wat wij als liberalisme kennen wordt dan weer kapitalisme genoemd. Er lopen enkel in deze provincie meer travestieten rond dan in heel Zuid-Amerika tezamen... en zo kan ik nog wel even blijven door gaan. Maar laten we bij deze een punt zetten achter die oneindige opsommingen en overgaan naar het dagelijkse leven in Esmeraldas - of toch voor het weinige dagelijkse dat er aan het leven hier is.

'S ochtends vertrek ik thuis gewapend voor de dag met mijn dikke kleurrijke tas -aangezien ik nogal ver van het centrum woon is thuis tussenstopjes maken onmogelijk en zo gaan er massa's e verkleedpartijen door in huizen van vrienden of op openbare toiletten- Na de lange hobbelige rit met de rio's, de krottenwijken en al de andere drukte van het begin van de dag die aan mijn raam voorbijglijdt komen we aan in Esmeraldas centro en daar begeven we ons naar het strand voor een loopje en een duikje in de golven of naar het kinderopvanghuis in de achterbuurten (wat je je hier nu bij voorstelt is de normale buurt, de achterbuurten zijn daar waar de stad en daarmee het kleine beetje civilisatie dat nog over was eindigt en de rivier zijn weg vindt, waar geen straten meer zijn maar stoffige paadjes -hoewel dat ook in de normale buurten vaak het geval is- en enkele houten planken als huizen moeten dienen) waar acht uur per dag zevenentachtig kinderen onder de zes jaar worden opgevangen in een ruimte die daar niet capabel voor is. Daarna springen we in het stijve uniform om zes uren lang tussen de schoolmuren door te brengen mij bezighoudend met armbandjes knopen, lezen of tekenen. Wanneer de klok zeven uur slaat spring ik op de bus en na nog een verkleedpartij brengen we de avond met de hele groep gringo's door in het park infantil om een ijsje te eten, het centro commercial met zijn vijf winkels, park las palmas waar je salchipapa kan eten (een bakje met frieten en vlees op een hoopje gegooid -en ik ben al zo ver dat ik al niet meer proef hoe plat en smakeloos de frieten zijn), een filmpje te gaan kijken -bij iemands thuis dan wel want de dichtsbijzijnde cinema is zo'n vier uur rijden- of een bezoekje te brengen aan onze favoriete bar. Ondertussen worden we elke dag die voorbijvliegt een beetje onrustiger en wanneer we echt niet meer stil kunnen zitten weten we wat dat betekent; het weekend is daar en het is tijd voor de Atacames vibe. We springen op de bus en na een half uurtje worden we verwelkomd door de levendige straten en het muzikale strand van ons onuitputtelijke Atacames, klaar om nieuwe mensen te ontdekken -of bekenden te ontmoeten, in waikiki bar is er van alles iets- en verhalen te horen, zotte dingen mee te maken en kunsten aan te leren als het zwaaien met vuurstokjes, juwelen maken via knooptechnieken, met een surfplank de golven trotseren en dirty dancing op dweperige salsa's en dynamische reggaeton.

donderdag 10 november 2011

Een paar dagen naar la Norte. Het deed pijn mijn playa's achter te laten en toen er om vijf uur 's nachts onverwachts aan mijn tenen werd getrokken met de boodschap dat we dja mismo -zo meteen, een uitdrukkingen met heel uiteenlopende betekenissen- zouden vertrekken had ik er al spijt van dat ik beloofd had mee te gaan. Maar de vijf uur lange rit tussen de majestueuze heuvelruggen wist mijn ochtendhumeur grotendeels weg te wassen en het bleek allemaal de moeite waard te zijn. Eerst was er Ibarra, die naam was dankzij de goeie herinneringen aan het vorige weekend dat ik er met afs doorbracht in mijn hoofd al zo zeer verheerlijkt dat het me als een paradijs toescheen, maar daarbij vergat ik dat ik dat weekend niet veel meer had gezien dan het hotel en de discotheek en verder bleek er behalve vrouwen in traditionele kledij en mannen met vlechten door de quasi moderne -vergeleken met Esmeraldas- straten door niet veel te zien. Maar toen we een paar uur later Otavalo passeerden was ik verkocht, nog voordat ik uit de auto stapte waren er al talrijke kleurrijke personages mijn blik gekruist en niet veel later wist ik ook waar ze vandaan kwamen; de grote markt in het hart van het stadje waar je van de ene op de andere meter zoek geraakt in een doolhof van tassen, broeken, hemden en wat je je maar kan inbeelden in alle kleuren van de regenboog met aan de uiteinden van dat spinnenweb creatieve nomaden die zich uitleven met draden en kralen. Met de belofte daar terug te komen zetten we de tocht in richting noord en dat bracht ons in Tulcan, een stadje aan de grens van Colombia en daarmee het centrum van het actieve drugsverkeer van Colombia naar Ecuador, waar we onze dollars wisselden voor pesos -wat me meteen bijna een millionair maakte-, om na een paar stappen over de rio Rumichaca in Colombia te belanden. Daar kruisten we la virgin de la lojas, een plaats waar een of andere heilige was verschenen en er sindsdien enthousiast kaarsjes worden gebrand en cavia aangeboden en Ipiales, de stad van de shoppingcentro's waar de portemonnees opengingen en de meest goedkope rommel werd aangekocht -blijkbaar is het leven in Colombia goedkoper- om ons dan terug richting Ecuador te begeven. Daar werd Liguna Cuicoche, een enorm helderblauw meer dat tussen twee actieve vulkanen was ontstaan, met een bezoekje vereerd en als laatste bestemming was er de enorme waterval in het midden van een prachtig woud op een gecommercialiseerd bergtopje. En toen we na die paar daagjes van plaatsen en mensen in alle soorten en maten in de sierra -bergen- de tocht naar mijn Esmeraldas inzetten en we het costa sfeertje weer konden opsnuiven was ik toch opgelucht!

Kleine toevoeging; Gelieve een poging te doen je bij elk berichtje een paar weken terug in de tijd te verplaatsen want in Ecuador zijn we op alles een beetje achter, zo ook op gebied van tijd.

woensdag 12 oktober 2011

Atacames, mijn thuis in de weekenden –en door de week ook al eens- is zowat het tegengestelde van die Ecuadoriaanse cultuur. Daar bestaan dingen als familie en traditie niet, daar bestaan enkel de golven en de fiesta’s. Daar loop je de hele wereld tegen het lijf, globetrotters die er voor enkele maandjes neerstrijken, surfers die niets anders doen dan hele dagen over de golven glijden, hippies die hun zelfgemaakte waren aan de toeristen proberen te verkopen, backpackers die er hun tocht eventjes staken. Daar is loco zijn geen belediging maar een vereiste en zijn de geesten zo breed als de horizon.



maandag 10 oktober 2011


De interactie die hier bestaat tussen elkaars leven komt overal terug; in de manier waarop dingen als privacy zo goed als niet bestaat, een duidelijke afbakening van eigendommen ver zoek is, al je spullen altijd en overal bestudeerd en onder handen genomen moeten worden, lichamelijk comtact zowat noodzakelijk is bij elke handeling, je de amiga of hija (dochter) bent van zelfs de vreemdste vreemdeling, iedereen alles over je moet weten en op die uitleg steevast ‘porque?’ volgt, je altijd verteld wordt wat je moet doen en natuurlijk wordt aangenomen dat je dat zonder nadenken opvolgt, men elkaar altijd en op elk moment belangeloos te hulp schiet ,... Afbakening tussen levens zijn van het begin af aan onbestaande. En zo ontstaat het tegengestelde; bindingen, zo onbewust tot stand komend en toch zo belangrijk, en die worden gespekt door tradities die onder alle omstandigheden in ere worden gehouden. Zo worden regatta’s in België in stand gehouden door studenten en bier –veel meer tradities vallen er niet na te leven– en kunnen zo’n evenementen hier niet plaats vinden zonder dat er reina’s worden gekozen, er typische plata’s worden bereid, zonder cervesa’s en muziek overal mee te sleuren en massa’s marimba’s te dansen, zwierend met kleurrijke gewaden. Zo is het nationale voetbalteam heilig en barst en centro commercial zowat uit zijn voegen wanneer daar een match wordt vertoond. Zo worden nationale feestdagen gevierd door volksliederen te zingen met de hand op het hart, het land en zijn geschiedenis te eren door gedichten voor te dragen en speechen te houden en wordt aan de hand van officiele choreografiën de vlag gekust en trouw gezworen aan het vaderland. Dat alles versterkt hun binding met het weinige dat ze hebben, en zo wordt die grote wereld die ze missen gediminueerd tot een klein en onbelangrijk detail. Zo kunnen ook zij die in de uit hout opgetrokken huisjes bestaande uit twee kamers en een muziekinstallatie –want hoe arm ze ook zijn, geen mens kan hier zonder de reggaeton- hun dagen slijten temidden van de cacaobomen, met de vijf andere gezinnen die daar hun toevlucht vonden en het ruisen van de rivier als enige gezelschap, de lach altijd terugvinden en maakt het ook degenen die in een van de krakkemikkige huisjes in de stad wonen en die misschien wel de kans zouden hebben verder te studeren niets uit dat ze op straat, roepend achter een fruitkarretje terecht komen. Ze hebben hun cultuur en hun tradities, hun muziek en hun familie, en dat blijkt genoeg te zijn voor een heel leven.

dinsdag 27 september 2011


Een berichtje van la gringa loca -zo word ik tegenwoordig genoemd- met meer vreemdheden uit dit vreemde landje;
  • Overal worden de muren bekleed door Che Guevara's en communistische tekens en de president -heeft een Belgische vrouw!- is een socialist die naar het communisme neigt, toch loopt de maatschappij zo rechts; ieder voor zich, geen sociale zekerheid en geen belastingen -voor de meest luxueuze huizen aan de kust betaalt men amper honderd dollar belasting per maand-, de armen worden enkel armer en de rijken enkel rijker. Terwijl in België alle kenmerken van het socialisme aanwezig zijn en daar de bevolking -Vlaanderen althans- eerder naar de rechtse kant neigt.
  • Wanneer mensen praten is dat voornamelijk op een toon waarop het lijkt dat ze boos zijn -het Zuid-Amerikaanse temperament- en niets lijkt hier te mogen, enkel te moeten; zit, eet, zwem... Mensen die dingen voor zichzelf beslissen zijn dan ook zeldzaam, al die bevelen, verplichtingen en dogma's worden gewoon zonder nadenken aangenomen, en as you know staan al die obligaties bij mij bij voorbaat al in een slecht daglicht, gewoon om het feit dat ze opgelegd zijn, en dan probeert men mij uit te leggen dat ik die das op maandag niet als verplichting moet zien...
  • Polities zie je hier overal maar houden zich met heel andere dingen bezig dan de pietluttigheden als gordels in de auto en het naleven van verkeersregels -die er blijkbaar wel degelijk zijn, hoewel het naleven ervan nergens te bespeuren valt- waarmee ze in België hun uren kloppen, ze schieten enkel wakker voor het bestrijden van criminaliteit en het binnenvallen van discotheken in hun zoektocht naar drugs.
  • Op de simpelste brommers zie je hele families -compleet met baby's en alles- over de straat sjeezen, en in de laadbakken van auto's kunnen hele scholen vervoerd worden.
  • Wanneer men in de derde persoon over iemand spreekt zetten ze er niet zelden een lidwoord voor, dat maakt van mij dan lasouwi.
  • Straten zijn bezaaid met bulten en gaten wat de rijcapaciteiten die zowiezo al tamelijk beperkt zijn niet bevordert en de ritjes in die gammele karretjes niet veraangenaamt. Maar met dank aan het feit dat er altijd wel dingen te bezichtigen vallen die blijven verbazen verkies ik die hotsende autoritjes toch nog meters boven de saaie egale autowegen van België.
  • Geen mens heeft hier ook maar iets wat op een boek lijkt in huis, maar de bijbel is overal in een veelvoud aanwezig.
  • Benzine is spotgoedkoop -nog niet een tiende van de prijs in Europa-, met dank aan de olieraffinaderij die hier zowat de halve stad van een job voorziet, met als gevolg dat dat ook geld voor de taxi's. Danku olieraffinaderij!
  • Mensen lummelen en wachten de hele dag door, maar wanneer ze dan wakker schieten en in hun hoofd halen dat iets NU moet gebeuren wordt het gevaarlijk, dan is het opeens langs alle kanten 'rapido!' en 'mueve te!'.
  • Wanneer iets niet lukt -wat niet zelden het geval is- kunnen ze, bij gebrek aan denkcapaciteiten en het besef dan dingen ook 'anders' kunnen, diezelfde handeling tot in het oneindige blijven herhalen met in hun hoofd de filosofie dat er toch oo
  • it een geslaagde poging moet komen.
  • Wanneer je iemand nodig hebt maak je geen gebruik van communicatiemiddelen als een telefoon of überhaubt een bel, je gaat gewoon voor diens huis staan roepen tot hij of zij terugroept en misschien ook zijn huis uit komt.
  • Onder het poetsen van een huis verstaat men één keer per week met de borstel door de kamers gaan en bij gebrek aan warm water kent men iets als bacteriebestrijding niet, met gevolg dat de hele keuken vol ieniemini mieren zit die door het eten krioelen, hagedissen de muren sieren en deze plaats onleefbaar zou zijn voor mensen als papa en vele andere hygiënische belgen.
  • Restaurant is een naam die gegeven wordt aan vrouwen die voor hun huis in hun potten staan te roeren waar het principe 'eten wat de pot schaft' geldt. Desondanks deze vreemde eethuisjes en het bijhorende ongedierte ben ik nog geen één keer ziek geworden. Toch worden mij elke keer dat ik hoest of er iets anders scheef aan mij is dokters en medicijnen aangeboden, die ik blijf weigeren en dan wordt ik weer hoofdschuddend koppig genoemd, een naam die blijkbaar wordt gegeven aan eenieder die niet zomaar alles aanneemt.
  • Mensen zijn hier zo milieubewust dat ze nog steeds niet begrijpen waarom ik wel fruitresten op de grond gooi en geen papier en plastiek.
  • Ijs moet je razendsnel verorberen -eten is dan ook één van de enige dingen die ze snel kunnen-, zoniet verdampt het zienderogen in je handen en is er binnen de kortste keren niets meer van over.
  • De nieuwste films die in België net in de cinema te zien zijn -over cinema's maken ze zich niet druk want die zijn er toch niet- kan je voor amper één dollar overal verkrijgen -illigaal weliswaar-, zelfs de pitufos (de smurfen!) hangen hier overal uit en is natuurlijk al voor mijn oogjes verschenen.
  • Ze kunnen er nog steeds geen vrede mee nemen dat ik maar één voornaam en één achternaam heb en bijgevolg gaven ze mij van beide een tweede en werd ik Zoë Esmeraldas de Goede Chumo gedoopt... duidelijk dat tijd hier geen geld is, ze verliezen al uren tegenover België enkel met het uitspreken van hun naam.
  • Voor de kleinste activiteiten rekt men uren uit -wat bijgevolg ook nodig is- zodat ze op een dag zo goed als niks gedaan krijgen. Mij blijven ze verzekeren dat ik niet kan vliegen omdat God mij geen vleugels gegeven heeft, maar ik weiger die kerel zeggenschap te geven over mijn doen en laten!
  • 'S nachts lijkt men geen slaap nodig te hebben, overdag des te mee
  • r. Tengo sueño (heb slaap) is dan ook samen met tengo hambre (heb honger) het favoriete stopzinnetje.
  • De humor ga ik nooit leren begrijpen; het grappigste vinden ze elkaar homo of loco te noemen. Dat is een gevolg van de mentale leeftijd die ettelijke jaren jonger is dan de officiële leeftijd die hen is toegeschreven en ik zou blijkbaar naar Ecuadoriaanse normen zo´n vijfentwintig jaar zijn -godzijdank dat ik hier niet ben geboren!
  • Hoe jong ze ook zijn, lichamelijk en mentaal, voor de moeilijkste taak die er is, het grootbrengen van een kind lijkt niemand te jong en mij is dan ook al enkele keren de vraag gesteld of ik geen kinderen heb, en waarom.
  • Disco's gaan steevast om twee uur dicht -het uur dat in België de feestjes net tegoei beginnen-, hoe hoog de ambiancebarometer dan ook reikt, terwijl de jeugd dan nog lang niet klaar is met de nacht.
  • Ik heb ontdekt dat ze wel degelik een lessenrooster hebben; de dag is ingedeeld in acht uren maar voor de meeste vakken worden daar twee of drie van uitgerokken zodat het niet meer zo belangrijk is ze allemaal met les te vullen, en uiteindelijk wordt dat dan gedegradeerd tot helemaal niets. Ik denk niet dat er iemand is die weet wat dat lessenrooster inhoudt want op de vraag welk vak we nu hebben, wanneer het pauze is en hoe lang heeft niemand een antwoord.
  • Wanneer je de hoogte van een persoon aanduidt mag je je hand nooit horizontaal houden, dat is voor de beesten, personen worden met verticale hand aangeduid.
  • Van het principe 'less is more' heeft men nog nooit gehoord; hoe meer ze van iets hebben -rijst, muziek,...- hoe meer waarde het wordt toegeschreven, en de meer schaarse dingen als leefruimte, spullen en geld lijken nog niet half zo belangrijk te zijn. Van de ruimte die ze hebben wordt nog niet te helft effectief gebruikt, spullen worden opgehoopt of binnen de kortste keren kapot gekregen en geld kan men uitgeven aan werkelijk alles behalve de noodzakelijke dingen.

Nu ben ik hier ondertussen een dikke maand. Me aanpassend aan de Zuid-Amerikaanse levenswijze is het meestal best de vraag die in België bij elke handeling in ere wordt gehouden 'is dit nuttig?' uit je hoofd te bannen, of er net een heel doordacht antwoord op te verzinnen. Maar intussen, al die schijnbaar resultaatloze dagen, al die feestjes, het rondhangen en de uitstapjes die in Europa de stempel 'amuzant maar nutteloos' zouden krijgen, al die activiteiten waarin de vrucht zo moeilijk te vinden lijkt achteraf als geheel bekeken heb ik uiteindelijk toch een niet te onderschatten werk neergezet; ik heb een heel nieuw leven opgebouwd. Een leven met een thuis en een familie, met vrienden en kenissen, met verwikkelingen en gewoontes, met verplichtingen -niet al te veel- en met uitspattingen -een stukje meer-, ik heb het web rond me gebreid dat ontstaat wanneer je ergens leeft en dat de oorzaak is voor het feit dat ik nooit meer kan zeggen dat ik maar één leven heb.

maandag 19 september 2011

Weekend in Quito; cultuurshok. Ik herinner me hoe we op ons vorige weekend in Quito naar de lange zwarte vlechten en de poncho's keken, naar de wolken die tussen de bergen dreven en ons zo ver van al het bekende waanden. Nu begeven we ons van de costa naar de sierra, van het loco Esmeraldas naar de grote stad en we bekijken al die hoge gebouwen die spelletjes spelen met de wolken, commerciële winkels die leven op winstmaximalisatie, auto's die niet uiteen lijken te vallen als je de deuren dichtslaat, wegen die werkelijk berijdbaar zijn met witte strepen die wel degelijk worden nageleefd, het gebrek aan vuilnis langs de weg en muziek in de straten, mensen voor wie de woorden orde en werken wel degelijk bekend lijken te zijn, de stad waarin een soort van structuur te bespeuren valt met grote ogen. Wanneer we aankomen sist onze huid van de koude regen die daarop valt als teken van het begin van een weekend vol dikke kleding, hotelkamers zonder insecten, douches waaruit warm water komt, brood met chocomelk als ontbijt, opgemaakte bedden met lakens die zwaar op je lichaam wegen, winkels waarin de hele wereld terug te vinden is en echte westerse feestjes. Van de ene op de andere dag terug in de geciviliseerde wereld!

dinsdag 13 september 2011


De afgelopen dagen in een notendop:
Hobbelen door de weeldering begroeide bergen, waden door de brede rio's, wandelen op de playa's, jugo de naranja drinken in Costa Blanca, op zondag naar de kerk -kijken hoe jongeren en ouderen worden gebrainwashed en dan de diepgelovige Bethcy proberen uit te leggen waarom je dat niet met jou laat gebeuren-, af en toe naar school waar ik massa's presentaties over België moet geven -en ik kan je wel vertellen dat het niet gemakkelijk is de politieke situatie van België in het Spaans uit te leggen aan mensen die amper begrijpen dat België een land is-, cocktails drinken in Las Palmas, zwemmen met de Amerikanen in Tonsupa, feesten met de negro's in Dolce & Gabanna, rondhangen met de surfers in Atacames en in tijden van heimwee met de gringo's van Esmeraldas de Europeaan gaan uithangen in El Centro Commercial!




vrijdag 9 september 2011


Ondertussen ga ik hier een week naar school, als je het al een week kan noemen, de tweede dag broste ik al met toestemming van Bethcy, of nee, als voorstel van Bethcy, omdat ik een dringend bezoekje moest doen in Atacames en vandaag bleek school ook niet nodig omdat Andrea vrij had en we bijgevolg de dag op het playa doorbrachten. Dat blijkt hier allemaal heel normaal te zijn. De school begint om één uur, maar het moment dat de klas op dat moment vol zit moet nog uitgevonden worden -het moment dat de klas überhaubt vol zit is al zeer zeldzaam-, meestal begint tegen een uur of twee het volk binnen te stromen -ja, die school blijkt echt aangepast te zijn aan mijn behoeften-, als dan uiteindelijk de leerlingen paraat zijn zijn de momenten dat er een leerkracht in de klas staat weer zeldzaam, en als er eentje aanwezig is en het kan opbrengen zich met de les bezig te houden beperkt hij zich tot het aflezen of dicteren uit zijn boek. Maar des te minder les we hebben -hoewel ik in een interessante richting zit met vakken als literatuur, politiek en geschiedenis, waar ik in principe wel iets moet kunnen bijleren aangezien ik van die zaken uit dit land zo goed als niks afweet- des te meer ik de kans krijg mij bezig te houden met dat waarvoor ik nu eigenlijk naar school ga; socialisen. De vele uren die wachten zouden moeten heten -nu weet ik waar ze het aangeleerd krijgen- krijg ik dan ook goed ingevuld, er is altijd wel iets aan de gang en we amuzeren ons goed met ons klasje van acht mensen, hoewel het even geduurd heeft uit te vinden wie die acht mensen nu eigenlijk zijn omdat er dan weer dubbel zo veel volk aanwezig is en het volgende moment nog niet de helft. Deze school is een hemelsbreed verschil met de school die ik in mijn eerste bericht beschreef -waar ik door Bethcy heen gestuurd werd en na twee dagen door afs werd uitgehaald omdat ik pas vanaf vijf september naar school mocht gaan en al zeker niet naar die school omdat daar al een andere afs'er ging- ik weet niet hoe het komt, misschien omdat het een gemengde school is, maar hier gedragen mensen zich wel degelijk naar hun leeftijd, lijken ze met je te willen praten om wie je bent in plaats van hoe je eruit ziet en mijn blank zijn wordt hoogstens benadrukt door een hoge populariteitsgraad en het feit dat iedereen mijn naam kent. Nog steeds legt iedereen die populartiteit uit met als oorzaak dat ik anders ben -iets waar ze hier al niet aan gewend zijn; werkelijk iedereen is zwart of donker en elke vorm van diversiteit wordt bestreden met uniformen en honderden regeltjes die schmink, deodorant, usb kabels en weet ik veel wat nog meer verbieden en enkel als gevolg hebben dat deze in het tienvoud gebruikt worden-, ze lijken niet te willen zien dat anders zijn misschien wel speciaal kan maken, maar nooit beter, dat het puur racisme is.


maandag 5 september 2011



Het is onmogelijk om hier al mijn avontuurtjes neer te schrijven; eke dag gebeurt er wel weer iets nieuws en iets anders, ontdek ik nieuwe plaatsen en dingen, onmoet ik nieuwe mensen -of net oude bekenden- en geraak ik iets meer wegwijs in dit oerwoud van culturen. Maar zoals Oscar Wilde het zei; "One should remember the color of life, but one should never remember its details. Details are always vulgar." Zo wil ik voor jullie de kleur van mijn leventje hier en het wereldje dat me omringt neerschetsen. Op z'n beatles; kort maar krachtig.

Wanneer je hier door de stad loopt zie je tussen de afgebladderde en verwaarloosde huisje mannen op een brommer met een karretje dat als taxi dienst doet hun weg zoeken door de wirwar die het verkeer is, vrouwen die achter fruitkraampjes of primitieve vuurtjes hun waren proberen te verkopen, hoor je kinderen 'agua' en vele andere onverstaanbare namen door de straten schreeuwen, zie je groepen zwervers die steevast op hun stoepje zitten met een fles jenever in de handen en mensen voor hun in het niets zitten staren. Allemaal zijn ze hier geboren en gaan ze hier nooit vandaan, weten ze dat ze niets hebben dat dit leven hier, als een visieuze circel waar geen einde aan komt. En ik vraag me af of ze weten wat dromen betekent. Dat is dan ook de reden waarom begrippen als tijd en familie hier zo'n andere betekenis hebben dan in Europa. Wanneer er geen toekomst is om na te streven, geen doel om te bereiken, verandert het idee 'een uur' drastisch van betekenis. Hun relaties zijn het enige wat dan nog overblijft en staan zo onbewust een paar trapjes hoger in hun achting. Zonder dat ze het beseffen, want relaties moet je niet onderhouden, je moet niet met iemand afspreken om iets te gaan doen, je moet er gewoon zijn. Ze lopen binnen en buiten, hangen rond op de straten en zijn bij elkaar zonder voorbedachte rade.

De armoede van de stad staat dan weer in groot contrast met de rijkdom van de natuur, of staat er net mee in verband. De langgerekte verwilderde heuvelruggen waartussen mysterieuze riviertjes hun sporen tekenen zorgen ervoor dat ik elke keer weer in de auto spring wanneer deze de oprit- of hoe noem je zo'n verlengde stoep- verlaat. Maar dat is nog maar het begin, wanneer je met een grote vrachtwagen de weg naar de top zoekt of er op de rug van een paardje doorheen hobbelt opent zich pas echt de wereld van het oerwoud -hoewel dat hier nog niet het echte oerwoud genoemd wordt-; enorme helgroene planten en andere begroeiing zo ver je zicht rijkt, brede rivieren waarin bootjes gemaakt van bamboestokken, met riet aan elkaar geregen, de stroming trotseren en vrouwen de was doen, overal vee en volgepakte ezels en paarden die terugdeinzen als er iets wat op een mens lijkt in de buurt komt, huisjes die bestaan uit enkele houten platen en wat golfplaten, waar het binnen pikkendonker is, één kamer is voor de bedden en één voor de keuken, maar waar dan wel weer plaats is voor een enorme muziekinstallatie -typisch ecuador- mannen die voor die huisjes zittend, liggend en hangend hun dagen slijten, en kinderen die in de rio's rondpeddelen.

En dan terug naar Esmeraldas met zijn ene grote specialiteit; de playa's. Eerst is er Las Palmas, een klein strandje vol aangespoelde boomstammen en vuilnis dat tot leven komt wanneer de zon in de zee zakt, moeder natuur haar vele kleurenmengelingen over de horizon gooit en de vele cafés en disco's hun deuren openen. Die laatste vindt je hier trouwens van a tot z en van onder tot boven in de hele stad. Sommigen zouden zo de naam groovy tunes kunnen dragen, inclusief bevolking en muziek -enkel het dansen is nergens met Europa te vergelijken- en de andere is dan weer een echte salsa disco, waar de negrito's zich laten gaan en schudden met alles dat loshangt-zo eentje is trouwens eigendom van de mama van Marie wat het voor ons as usual weer allemaal gratis maakt- Een stukje verder de kust af belanden we in tonsupa, toeristischer en Europeser -het zou zelfs de naam proper kunnen dragen- en dan in een keer door naar het echte werk; Atacames. Het strand waar de jeugd in het weekend samenkomt, families hun zondagen doorbrengen, rondtrekkende jongeren een paar maanden blijven hangen, alle mogelijke prullaria wordt gefabriceerd en verkocht, waar de surfers hun thuis vinden, waar 's avonds de fiesta's te vinden zijn en de cocktails hun werk doen -de enige zekere vaststelling die ik deze weken heb gedaan is dat ik dit jaar geen te kort ga hebben aan feestjes. Verder zijn er nog tal van andere namen mijn oren gepasseerd en geregistreerd, namen van stranden die niet bekend zijn bij toeristen, waar je moeder natuur met al haar verassingen helemaal voor jezelf hebt. Die wachten op mij!

zaterdag 3 september 2011


Mijn diva status is ondertussen gediminueerd tot een overmatig staren en overdreven vriendelijkheid -daar valt mee te leven- en met elk woordje Spaans dat ik leer gaat er hier een nieuwe deur voor me open. De tijden zijn veranderd sinds mijn vorige berichtje; -toen heette dat mail- ondertussen heb ik hier een primitief sociaal netwerk uitgebouwd, heb ik wat meer zicht gekregen op de structuur van mijn familie en ben ik op ontdekkingstocht gegaan in en rond Esmeraldas. Horen, zien, vertellen.

Waar je hier ook gaat of staat, altijd en overal galmt hier muziek door de straten, en niet zomaar muziek; salsa's en marimba's, alles waarop geschud, gedraaid en geplakt kan worden. Kinderen leren dansen voor ze kunnen lopen en als ze dat al doen blijft het ritme van de straat altijd in hun pas aanwezig. Tijd is hier ook een vreemd begrip, ze lijken er zo veel van te hebben en er zo weinig waarde aan te hechten. -dat is alleszins mijn europese visie die door de tand des tijds wel bijgesteld zal worden- Met dingen en ruimte gaan ze al even achteloos om, een speciaal talent lijken ze te hebben voor terassen; zelfs de grootste met de mooiste uitzichten kunnen ze volzetten met was- en droogmachienen en afgedankte wc's. Huizen zijn hier zo geïsoleerd dat je de kleinste activiteit tot in twee huizen verder kan volgen. Brood smaakt hier als toastbrood dat niet getoast is, het bier had even goed water kunnen zijn -lang leve de piña coladas!- en de chocolade verdient de naam chocolade zelfs niet - ik kan het niet over mijn hart krijgen te zeggen dat er iets bestaat als slechte chocolade. Maar het sappige fruit waarmee schreeuwende ventjes met een tot winkel uitgebouwde fiets rondrijden maakt veel goed. Hele bananen bekleden hier elke straat en vloer en je vindt ze dan ook in alle mogelijke gedaantevormen terug op je bord, om het moeilijk te maken dan ook nog eens allemaal met een andere naam. Je lijkt hier voor niets te moeten betalen, overal waar je bent, op straat, in de heladeria, op café, op het strand, altijd hoor je 'quieres dit, quieres dat' en voor je het weet wordt je vanalles in de schoot geworpen. Woorden als milieu en recyclage lijkt men hier niet te kennen, overal legt, hangt en gooit men basura en niemand loopt hier uit een winkel zonder handen vol plastieke zakjes - desnoods een per product. Het water is ook weer zoiets bizar, wordt meestal warm gedronken, maar wanneer je onder de douche staat is het ijskoud, en daar ben ik al onmetelijk dankbaar voor; als je in het centrum woont is de kans op stromend water miniem. Alles blijkt hier peligroso (gevaarlijk) te zijn, dat werd bevestigd door Mira (Duits meisje) die enkele weken in Quito een pistool tegen haar hoofd geduwd kreeg, hoewel iedereen hier met juwelen en blackbarry's op straat loopt te zwaaien is het voor gringa's als ik aangeraden om zonder attributen de deur uit te gaan, mijn uitrusting bestaat dus uit een gsm in mijn linkerzak en tien dollar in mijn rechterzak. Want hoe arm ze hier ook zijn, de schijn hooghouden is van levensbelang, niemand lijkt de straat op te kunnen de gebruikelijke centimeters plamuursel, een niet te onderschatten gewicht juwelen rond hun nek hangen, accesoires met de grootste merken erop -nep weliswaar- en een blackbarry in hun handen. Uniformen en rijen zijn er op scholen in een wanhopige poging de orde die toch al metersver zoek is te bewaren, daarbij vergeet men dan wel aandacht te besteden aan fatsoenlijke lessen, materialen en leerkrachten. Meisjes van dertien met een zwangere buik en zestienjarigen met een kleuter op hun armen zijn hier doodnormaal -er zijn zelfs speciale schooluniformen voor zwangere meisjes-, maar volgens Bethcy is er geen sprake van iets als seks voor het huwelijk. Mannen nemen hier een speciale plaats in in het familieleven, dochters zijn eigendom van de vader -wanneer ze over mijn familie in België spreken lijken ze ook alleen te spreken over tu padre- en wat ze doen is thuiskomen, met hun dikke buik aan de tafel schuiven en zich laten bedienen. Hoewel het wel vertederend is te zien hoe er voor de opa des huizes, die nu met een pamper aan in het ziekenhuis ligt wordt gezorgd. Ik heb hier ook een woordje ontdekt dat heel hard lijkt op ja, het is zoiets 'dja' achtig dat volgens mij iets als 'ok' betekent. Andere talen dan Spaans spreekt hier geen mens -er wordt je gevraagd Engels of Frans te spreken gewoon om te horen hoe het klinkt- hoewel iedereen er zeer leergierig naar is, met leergierigheid ben je niet veel als de leerkrachten Engels onverstaanbaar zijn en de boeken vol fouten staan. (Ondertussen heb ik ook ontdekt, toen ik in Atacames een fransman tegen het lijf liep, dat mijn Frans volledig de mist in is en is doorspekt met Spaanse woorden, of beter gezegd, de Spaanse woorden vervangen de Franse) Hoe meer mijn eigen communicatie capaciteiten groeien hoe meer ik besef hoe beperkt die van hun zijn -met dank aan het niveau van het onderwijs. Jongens zijn hier als vliegen, niet weg te slaan, hoe hard je ook slaat en ze kunnen geen gesprek voeren zonder je aan te raken en zo dicht te komen dat je andermans adem moet ruiken, niet altijd aangenaam.

Dan is hier voor degenen die het tot nu toe nog niet helemaal begrepen hebben, me included -tot voor kort-, een soort van familiestructuur. In mijn huisje wonen we met vier mensen. De zus, Andrea, die altijd mijn naam keihard roept zonder reden en mij meeneemt naar alle mogelijke feestjes, de papa, Carlos, die mij elke ochtend om zes uur wakker maakt door de vieste geluiden te maken in de badkamer en de mama, Bethcy, die elke ochten met mij de hele stad rondsjeest in haar karretje - zo eentje als dat van oma, waarvan je denkt dat de deuren er af gaan vallen als je ze dichtslaat. Dan is er een broer die in Guayaquil woont en de neger van de familie wordt genoemd -wat hier, raar maar waar, niet positief is- maar vergeleken met een groot deel van de rest van de bevolking hier maar een zeer laag negergehalte heeft en een zus die in het huisje langs ons woont met haar vent en twee kindjes; Juan Carlos, een echte schoolboy van een jaar of twaalf die tegen mij praat alsof ik vijf jaar oud ben en Eileen, een super schattig ding dat van de stomste activiteit een hele belevenis kan maken. Een beetje verder wonen de abuela (oma), van wiens binnensmonds gebrabbel ik tot nu toe geen woord verstaan heb, en de abuelo (opa) die de hele dag rondschuifelt met zijn wandelstok of in de hangmat ligt te schommelen. Zij hebben zes kinderen, twee wonen in guayaquil, eentje in Italië, eentje in het huisje langs dat van hun met haar twee kinderen, aan wie ik in een poging hen iets of wat Engels bij te brengen -helpen met het huiswerk is hopeloos, allemaal oefeningen waar ze geen woord van begrijpen- the beatles, Neil Young en Bob Dylan geïntroduceerd heb, maar ze blijven hier toch allemaal trouw vasthouden aan hun salsa en reggaeton, een dochter die nog bij hen woont en even oud is als ik, waarvan ik pas enkele dagen geleden ontdekte dat ze de zus is van Bethcy, wat betekent dat een meisje van zeventien jaar oud een mama heeft die overgrootmoeder is van twee kinderen, en om de kring rond te maken is er de oudste dochter, Bethcy, waar ik bij woon.


Toen ik vandaag thuiskwam en voor een gesloten deur stond -nee, hier is geen keldergat- zette ik mij als een echte local op het bankje bij het winkeltje tegenover ons huisje -zo'n klein ding met tralies ervoor waardoor je bestelling aangereikt wordt, het sociale centrum van de straat- om de zeldzame voorbijgangers te observeren. Jaja, ik begin te integreren.