woensdag 12 oktober 2011

Atacames, mijn thuis in de weekenden –en door de week ook al eens- is zowat het tegengestelde van die Ecuadoriaanse cultuur. Daar bestaan dingen als familie en traditie niet, daar bestaan enkel de golven en de fiesta’s. Daar loop je de hele wereld tegen het lijf, globetrotters die er voor enkele maandjes neerstrijken, surfers die niets anders doen dan hele dagen over de golven glijden, hippies die hun zelfgemaakte waren aan de toeristen proberen te verkopen, backpackers die er hun tocht eventjes staken. Daar is loco zijn geen belediging maar een vereiste en zijn de geesten zo breed als de horizon.



maandag 10 oktober 2011


De interactie die hier bestaat tussen elkaars leven komt overal terug; in de manier waarop dingen als privacy zo goed als niet bestaat, een duidelijke afbakening van eigendommen ver zoek is, al je spullen altijd en overal bestudeerd en onder handen genomen moeten worden, lichamelijk comtact zowat noodzakelijk is bij elke handeling, je de amiga of hija (dochter) bent van zelfs de vreemdste vreemdeling, iedereen alles over je moet weten en op die uitleg steevast ‘porque?’ volgt, je altijd verteld wordt wat je moet doen en natuurlijk wordt aangenomen dat je dat zonder nadenken opvolgt, men elkaar altijd en op elk moment belangeloos te hulp schiet ,... Afbakening tussen levens zijn van het begin af aan onbestaande. En zo ontstaat het tegengestelde; bindingen, zo onbewust tot stand komend en toch zo belangrijk, en die worden gespekt door tradities die onder alle omstandigheden in ere worden gehouden. Zo worden regatta’s in België in stand gehouden door studenten en bier –veel meer tradities vallen er niet na te leven– en kunnen zo’n evenementen hier niet plaats vinden zonder dat er reina’s worden gekozen, er typische plata’s worden bereid, zonder cervesa’s en muziek overal mee te sleuren en massa’s marimba’s te dansen, zwierend met kleurrijke gewaden. Zo is het nationale voetbalteam heilig en barst en centro commercial zowat uit zijn voegen wanneer daar een match wordt vertoond. Zo worden nationale feestdagen gevierd door volksliederen te zingen met de hand op het hart, het land en zijn geschiedenis te eren door gedichten voor te dragen en speechen te houden en wordt aan de hand van officiele choreografiën de vlag gekust en trouw gezworen aan het vaderland. Dat alles versterkt hun binding met het weinige dat ze hebben, en zo wordt die grote wereld die ze missen gediminueerd tot een klein en onbelangrijk detail. Zo kunnen ook zij die in de uit hout opgetrokken huisjes bestaande uit twee kamers en een muziekinstallatie –want hoe arm ze ook zijn, geen mens kan hier zonder de reggaeton- hun dagen slijten temidden van de cacaobomen, met de vijf andere gezinnen die daar hun toevlucht vonden en het ruisen van de rivier als enige gezelschap, de lach altijd terugvinden en maakt het ook degenen die in een van de krakkemikkige huisjes in de stad wonen en die misschien wel de kans zouden hebben verder te studeren niets uit dat ze op straat, roepend achter een fruitkarretje terecht komen. Ze hebben hun cultuur en hun tradities, hun muziek en hun familie, en dat blijkt genoeg te zijn voor een heel leven.