woensdag 23 november 2011

Hier zitten we dan in het midden van de zomer -we zitten altijd in het midden want de zomer is oneindig- langs onze mega kerstboom die zo uit een boekje zou kunnen komen -wat in schril contrast staat met het huis waarin hij geplaatst is- en niet wilt stoppen met op een verschrikkelijk eentonig toontje alle mogelijke kerstliedjes uit te spuwen en er schieten weer honderden loshangende rarigheden door mijn hoofd die het Belgenlandje toch zou moeten weten. Iedereen kan altijd en overal in slaap vallen en wat ik minder goed begrijp is dat men even gemakkelijk ook wakker wordt waardoor het in slaap zijn zelf weinig gewaardeerd wordt,alles -echt alles- wordt met een lepel gegeten en niemand lijkt een mes en vork te kunnen hanteren. Elke dag is er op elk kanaal van de televisie een half uur propaganda voor de regering en overal fladderen flyers van de communistische marxistische leninistische partij. Niemand stapt in een bus of taxi waar er geen loeiharde muziek draait. Mensen praten zoals sommige mensen aan de telefoon dat doen die denken dat ze moeten roepen tot waar de persoon aan de andere kant van de lijn zich bevindt. Quasi alle mannen heten Carlos en alle vrouwen zijn Carla gedoopt. Dat wat in de Belgische geschiedenislessen communisme wordt genoemd is hier socialisme en wat wij als liberalisme kennen wordt dan weer kapitalisme genoemd. Er lopen enkel in deze provincie meer travestieten rond dan in heel Zuid-Amerika tezamen... en zo kan ik nog wel even blijven door gaan. Maar laten we bij deze een punt zetten achter die oneindige opsommingen en overgaan naar het dagelijkse leven in Esmeraldas - of toch voor het weinige dagelijkse dat er aan het leven hier is.

'S ochtends vertrek ik thuis gewapend voor de dag met mijn dikke kleurrijke tas -aangezien ik nogal ver van het centrum woon is thuis tussenstopjes maken onmogelijk en zo gaan er massa's e verkleedpartijen door in huizen van vrienden of op openbare toiletten- Na de lange hobbelige rit met de rio's, de krottenwijken en al de andere drukte van het begin van de dag die aan mijn raam voorbijglijdt komen we aan in Esmeraldas centro en daar begeven we ons naar het strand voor een loopje en een duikje in de golven of naar het kinderopvanghuis in de achterbuurten (wat je je hier nu bij voorstelt is de normale buurt, de achterbuurten zijn daar waar de stad en daarmee het kleine beetje civilisatie dat nog over was eindigt en de rivier zijn weg vindt, waar geen straten meer zijn maar stoffige paadjes -hoewel dat ook in de normale buurten vaak het geval is- en enkele houten planken als huizen moeten dienen) waar acht uur per dag zevenentachtig kinderen onder de zes jaar worden opgevangen in een ruimte die daar niet capabel voor is. Daarna springen we in het stijve uniform om zes uren lang tussen de schoolmuren door te brengen mij bezighoudend met armbandjes knopen, lezen of tekenen. Wanneer de klok zeven uur slaat spring ik op de bus en na nog een verkleedpartij brengen we de avond met de hele groep gringo's door in het park infantil om een ijsje te eten, het centro commercial met zijn vijf winkels, park las palmas waar je salchipapa kan eten (een bakje met frieten en vlees op een hoopje gegooid -en ik ben al zo ver dat ik al niet meer proef hoe plat en smakeloos de frieten zijn), een filmpje te gaan kijken -bij iemands thuis dan wel want de dichtsbijzijnde cinema is zo'n vier uur rijden- of een bezoekje te brengen aan onze favoriete bar. Ondertussen worden we elke dag die voorbijvliegt een beetje onrustiger en wanneer we echt niet meer stil kunnen zitten weten we wat dat betekent; het weekend is daar en het is tijd voor de Atacames vibe. We springen op de bus en na een half uurtje worden we verwelkomd door de levendige straten en het muzikale strand van ons onuitputtelijke Atacames, klaar om nieuwe mensen te ontdekken -of bekenden te ontmoeten, in waikiki bar is er van alles iets- en verhalen te horen, zotte dingen mee te maken en kunsten aan te leren als het zwaaien met vuurstokjes, juwelen maken via knooptechnieken, met een surfplank de golven trotseren en dirty dancing op dweperige salsa's en dynamische reggaeton.

donderdag 10 november 2011

Een paar dagen naar la Norte. Het deed pijn mijn playa's achter te laten en toen er om vijf uur 's nachts onverwachts aan mijn tenen werd getrokken met de boodschap dat we dja mismo -zo meteen, een uitdrukkingen met heel uiteenlopende betekenissen- zouden vertrekken had ik er al spijt van dat ik beloofd had mee te gaan. Maar de vijf uur lange rit tussen de majestueuze heuvelruggen wist mijn ochtendhumeur grotendeels weg te wassen en het bleek allemaal de moeite waard te zijn. Eerst was er Ibarra, die naam was dankzij de goeie herinneringen aan het vorige weekend dat ik er met afs doorbracht in mijn hoofd al zo zeer verheerlijkt dat het me als een paradijs toescheen, maar daarbij vergat ik dat ik dat weekend niet veel meer had gezien dan het hotel en de discotheek en verder bleek er behalve vrouwen in traditionele kledij en mannen met vlechten door de quasi moderne -vergeleken met Esmeraldas- straten door niet veel te zien. Maar toen we een paar uur later Otavalo passeerden was ik verkocht, nog voordat ik uit de auto stapte waren er al talrijke kleurrijke personages mijn blik gekruist en niet veel later wist ik ook waar ze vandaan kwamen; de grote markt in het hart van het stadje waar je van de ene op de andere meter zoek geraakt in een doolhof van tassen, broeken, hemden en wat je je maar kan inbeelden in alle kleuren van de regenboog met aan de uiteinden van dat spinnenweb creatieve nomaden die zich uitleven met draden en kralen. Met de belofte daar terug te komen zetten we de tocht in richting noord en dat bracht ons in Tulcan, een stadje aan de grens van Colombia en daarmee het centrum van het actieve drugsverkeer van Colombia naar Ecuador, waar we onze dollars wisselden voor pesos -wat me meteen bijna een millionair maakte-, om na een paar stappen over de rio Rumichaca in Colombia te belanden. Daar kruisten we la virgin de la lojas, een plaats waar een of andere heilige was verschenen en er sindsdien enthousiast kaarsjes worden gebrand en cavia aangeboden en Ipiales, de stad van de shoppingcentro's waar de portemonnees opengingen en de meest goedkope rommel werd aangekocht -blijkbaar is het leven in Colombia goedkoper- om ons dan terug richting Ecuador te begeven. Daar werd Liguna Cuicoche, een enorm helderblauw meer dat tussen twee actieve vulkanen was ontstaan, met een bezoekje vereerd en als laatste bestemming was er de enorme waterval in het midden van een prachtig woud op een gecommercialiseerd bergtopje. En toen we na die paar daagjes van plaatsen en mensen in alle soorten en maten in de sierra -bergen- de tocht naar mijn Esmeraldas inzetten en we het costa sfeertje weer konden opsnuiven was ik toch opgelucht!

Kleine toevoeging; Gelieve een poging te doen je bij elk berichtje een paar weken terug in de tijd te verplaatsen want in Ecuador zijn we op alles een beetje achter, zo ook op gebied van tijd.