Het voordeel van het feit dat niemand hier een planning heeft is dat iedereen er altijd voor in is om ergens heen te gaan. Je kan op het laatste moment een idee opperen en er is langs alle kanten animo voor. Want voor leuke dingen kan iedereen tijd maken. Zo worden er door vriendengroepen van de ene op de andere dag hele excursies op touw gezet. En ik ga maar al te graag mee.
De stad zelf is niet echt veel spectaculairs, je zou het een klein Latino New York kunnen noemen. Hij is bezaaid met hoge wolkenkrabbers, fastfoodketens en shopping malls. Het enige wat je belet te denken dat je in New York beland bent is de kleur van de mensen, de rommelige aard van de stad, de luidruchtige wirwar van toeterende auto's, brommertjes en busjes die het verkeer voorstellen, en de oneindige stroom fruitkarretjes, ramenwassers en snoepverkopers die onvermoeibaar bestuurders en voetgangers achternalopen. Ok ik geef toe, dat is best veel. Het deel van de stad dat wel de moeite waard is is la Zona Colonial, waar de herinneringen aan de koloniale tijd intact zijn gebleven en nationale helden worden vereerd. Met zijn afgebladderde gebouwen en oude mannetjes die op straat bordspelen doen, heeft het iets weg van Cuba. Het lijkt we alsof alle geschiedenis van het land zich hier heeft verzameld; de historische gebouwen, burchten en monumenten spreken over de opofferingen en bloeddorstige gevechten die het lot van het land hebben bezegeld. Maar voor de locals is het vooral het stadsgedeelte dat in het teken staat van uitgaan en gezelligheid; de thuis van nachten vol mergengue, salsa en bachata muziek, en elegant bewegende mannen met heupwiegende vrouwen die dansend geboren lijken te zijn.
Pas wanneer je de stad de rug toe keert en de zogenaamde campos (het rurale gedeelte van het land) inrijdt kom je het echte Dominicaanse leven tegen. Men zegt dat er hier geen jungle is maar ik vind het overweldigende groen waardoor je meteen overvallen wordt wanneer je de wolkenkrabbers van de stad achter je laat dicht in de buurt komen. Hier vind je een mengelmoes van alle soorten natuur die je je maar kan bedenken; bomen en planten in alle vormen, maten en kleuren sieren het zicht. Je ziet hier niet alleen de bekende platanobomen met hun enorme bladeren of exotische palmbomen; ook landschappen die recht uit de Savanne zouden kunnen komen, rijstvelden die je het idee geven dat je in Azië bent, en lianen waar nog net geen apen aan slingeren maken deel uit van de vegetatie van de campos. Daartussen duiken af en toe wat houten huisjes op van de mensen die tot de armste negentig procent van het land behoren, toch zijn die huisjes allesbehalve meelijwekkend. Je zou zelfs bijna jaloers worden op het idyllische karakter van hun stulpjes en de vreedzame natuur waardoor deze omgeven worden. Er is een huisje voor elke kleur van de regenboog en hoe klein ze ook zijn, ze zijn allemaal tot in de puntjes onderhouden, met een keurig omheind tuintje (komt goed uit, want alles wat omheining is is goed genoeg om de was op te hangen), volgestouwd met enthousiast groeiende planten, wat kippen die her en der rondscharrelen, en natuurlijk zitten er steevast wat mensen voor hun huis in een schommelstoel of lopen er wat kinderen te spelen om het tafereeltje compleet te maken. Als je net uit de stad komt voelt dit aan als een oase van rust, alsof iemand die hier woont nooit stress kan hebben of überhaupt iets aan zijn hoofd kan hebben. Maar schijn bedriegt; in zo'n huisjes kunnen zich hele ondernemingen verschuilen. Velen zijn een 'restaurant' (wat betekent dat een vrouw voor het huisje in haar kookpotten staat te roeren en her en der wat gekookte platano's uitdeelt), maar sommigen worden ook gesierd met de naam 'kapper', 'winkel voor alles', 'internethuis' en zelfs 'discotheek'. En je vraagt je af hoe dat zich allemaal op die paar vierkante meter kan afspelen. De meeste bedrijvigheid vindt dan ook buiten plaats; als iemand jarig is of sterft verzamelt het hele dorp zich, in het wit of in het zwart gekleed, rond zo één huisje, terwijl er hier en daar wat varkens gebraden worden. Af en toe moeten ze uitwijken voor een enkele auto, een stoet koeien of wat wilde paarden die erdoor willen. Natuurlijk is er voor elke honderd houten huisjes één bombastische poort met daarachter een oprit die leidt naar een enorm landgoed met een prachtig huis en een zwembad, wat maar enkele dagen per maand bewoond wordt. Een buitenverblijfje van de beter bedeelde minderheid, want verschil moet er zijn.
Als je deze enorme reeks heuvelruggen achter je hebt gelaten kom je uit aan de andere kant van het eiland. Dan pas heb je echt het gevoel dat je op het einde van de wereld beland bent. Blauw zeewater dat zo helder is dat je al van ver kan zien wat voor vissen erin rondzwemmen, en zand dat zo wit is dat het pijn doet aan je ogen, maken hier deel uit van de orde van de dag. Enkele vissershuisjes en een restaurantje voor de toeristen hebben zich genesteld in deze idyllische omgeving. Verder zijn de gebruikelijke spelende kinderen en af en aan varende motorbootjes de enige dingen die wat beweging in in het landschap brengen. Met zo'n motorbootje scheer je over het water op weg naar een eilandje verderop, tot je het zoute water op je lippen proeft. Maar dat is nog maar een voorsmaakje. Wanneer je op het eilandje aankomt heb je het gevoel dat je in een Robinson Cruisoe verhaal beland bent. Er is net genoeg plek voor de drie hutjes die je fruit voorschotelen en je voorzien van duikbrillen en snorkels om de diepe wateren van Cayo Arena te trotseren. Eens onder water word je afgesloten van de buitenwereld, de stemmen van de mensen om je heen en het geluid van de motorbootjes vervagen en je wordt omringd door een wereld van rust en kleuren. Zwemmend langs de enorme koraalriffen kom je niet alleen vissen in alle vormen, maten en kleuren tegen, maar ook planten, prachtige koralen, enorme schelpen en andere zeedieren die hier hun thuis hebben gevonden -en hier en daar zelfs een vergeten autoband. En je vraagt je af hoe deze oneindige vreedzame en rustgevende wereld dezelfde zee kan zijn die soms zo woest is dat hij hele schepen hardvochtig opslokt. De enorme helblauwe oneindigheid die vanaf de andere kant van het koraalrif naar me staart vertelt me dat ik het niet wil weten.
Mijn oude blog weer wat leven ingeblazen voor een nieuw (mini)avontuurtje in de Dominicaanse Republiek!
dinsdag 20 januari 2015
zondag 11 januari 2015
Cultuurshock
Het eerste waardoor ik overvallen word wanneer ik mijn eerste stappen in dit land zet is het enorme chaotische verkeer, mensen die liever toeteren dan een knipperlicht gebruiken en niet weten waar die witte strepen op straat voor dienen, hele families op een motor die behendig door de kluwen van auto's heen crossen, op elke hoek van de straat overvallen worden door massa's fruitverkopers, ramenwassers enzovoort, mensen die op straat rondhangen alsof ze wachten tot iemand werk in hun schoot komt werpen (het Europese fenomeen 'hangjongeren' geldt hier voor de hele bevolking, je zou het 'hangdominicanen' kunnen noemen) en de vele bedelaars die je elke keer weer voor het hartbrekende dilemma zetten; onjuist zijn en iets geven, of onmenselijk zijn en niks geven?
Ja hoor daar is ie weer, die goeie ouwe cultuurshock. Zo herkenbaar en toch zo vreemd. Ik verbaas me om mijn eigen verbazing wanneer mensen hevige discussie's voeren zoals alleen politici dat bij ons kunnen, wanneer er naar hartenlust geroepen en geschreeuwd wordt om de simpelste mening te uiten, wanneer iedereen ongevraagd zijn hart bij je uitstort, wanneer één of andere baseballheld thuiskomt en het enorme nationalisme van dit land zich manifesteert, wanneer mensen met een kar vol plastieken zakjes een supermarkt uit komen lopen omdat ze nog nooit van het woord recycleren -of überhaupt het woord vuilnisbak, gehoord hebben,... Want ik heb het allemaal toch al eerder gezien en meegemaakt, ik heb de frustratie erom meegemaakt en ik ben eraan gewend geworden, maar toch begin ik nu weer van voor af aan.
Desalniettemin is deze cultuurshock op vele gebieden ook weer anders dan de vorige. De eerste grote tegenstelling met vorige keer is dat ik dit keer in een grote stad zit, wat in vele opzichten toch anders is dan die uithoek van Ecuador waar ik vorige keer verzeild ben geraakt. Je kan hier bijvoorbeeld wat anders te eten krijgen dan platano's en rijst (sterker nog, je kan hier zowat alles krijgen, want de stad is bezaaid met fastfoodketens, op dat gebied is het een klein New York) en ik word hier niet aangekeken en behandeld alsof ik van mars kom -wat een hele opluchting is, aangezien ze hier wel al gewend zijn aan gringo's. Maar dat kan ook gevolg zijn van de tweede tegenstelling; dat ik me in nogal een (steen)rijk milieu bevind. Aangezien Zuid-Amerika voornamelijk bestaat uit een (kleine) zeer rijke bevolkingsgroep, en een (veel grotere) zeer arme bevolkingsgroep, en ik vorige keer die tweede groep van dichtbij heb mogen bekijken, is het interessant de maatschappij eens vanuit het andere perspectief te bekijken.
Deze (steen)rijken bevestigen alle clichés. Ze hebben bedienden en chauffeurs, en in het weekend reizen ze af naar een van hun vele vakantiehuisjes die over het hele land uitgezaaid zijn. Hun kinderen zijn mollig en verwend en lopen de hele dag met hun neus tegen een iPad geplakt. Ze zijn lid bij fancy golf- en tennisclubs met zwembaden en voetbalvelden waar ze continue eten en drinken bestellen om er vervolgens de helft van te laten staan. Hun jobs hebben ze voornamelijk verkregen door vriendjespolitiek en ze ontlopen behendig belastingen (bijgevolg bestaat het concept belastingen hier bijna niet, want terwijl de rijken ze ontlopen hebben de armen er het geld niet voor) En ze lijken geen idee te hebben van de waarde van alles wat ze verspillen.
Dat laatste is dan weer iets dat ook bij de armen herkenbaar is, iets wat een gemeenschappelijke eigenschap lijkt te zijn van alle Latino's; tijd lijkt waardeloos voor hen, net als geld. Het enige waar ze echt veel belang aan hechten is familie en trots. Ze hebben liever zelf een kleine onderneming dan onder gezag te staan van een grote baas met een kans om zich op te werken. Dit heeft als gevolg dat de meeste mensen niet echt iets hebben waar ze naartoe werken, ze hebben geen doel. Ze maken nooit plannen en vertrouwen eerder op de zon dan op hun klok. Ze kabbelen maar wat voort. Sommigen leven, sommigen overleven. Maar waar ze heen gaan lijkt niemand te weten. Deze mentaliteit zet de woorden 'nut' en 'tijd' in een heel ander perspectief.
Ik daarentegen heb de eerste dagen dat ik hier was geworsteld met dat woord: 'nut'. Ik kende mijn weg nog niet goed in de stad en het land, en door spijbelende Dominicanen kon ik niet meteen aan mijn stage beginnen. Dus hing ik maar wat rond met mijn gastfamilie, deed ik de dingen die zij doen (bestaat basically uit wachten tot een neef of nicht, oom of tante belt om samen rond te gaan hangen) en wachtte ik tot ik kon beginnen met werken (elke dag was dat 'morgen') Elk uur schoot het door mijn hoofd 'Wat is het nut hiervan?' Ik wil dingen leren; als ik niet kan gaan werken wil ik reizen, dingen zien. Alles behalve her en der rondhangen en wachten tot er iets gaan gebeuren, niemand weet ooit wat en wanneer. Maar dat is ook leren, als je wilt leven in een maatschappij, niet als toerist maar werkende en als lid van een familie, is het net dat wat je moet leren; de mentaliteit van die maatschappij overnemen. Het woord 'nut' uit je woordenboek schrappen, net als 'plannen' en 'afspreken'.
Ondertussen begin ik een beetje gewend te geraken aan deze vreemde cultuur (hoewel ik er niet al te gewend aan moet worden, want dan heb ik een probleem wanneer ik terug kom) Ik weet wat beter hoe ik me moet bewegen in deze stad en deze maatschappij, hoe ik geregeld kan krijgen wat ik geregeld wil krijgen, hoe ik mijn ding kan doen en mijn tijd goed kan gebruiken zonder heb integratieproces (als je daar in zo'n korte tijd over kan spreken) te verstoren. Het gaat er om een evenwicht te vinden tussen dingen op je af te laten komen en het heft in eigen handen nemen. Het eerste is nodig om me echt in de mensen, hun manier van denken en hun maatschappij te verdiepen, en het tweede is nodig om ervaringen op te doen, en de korte tijd die ik hier heb goed te benutten. Shit, daar is het verboden woord weer. Je ziet, ik ben en blijf een Westerling.
Ja hoor daar is ie weer, die goeie ouwe cultuurshock. Zo herkenbaar en toch zo vreemd. Ik verbaas me om mijn eigen verbazing wanneer mensen hevige discussie's voeren zoals alleen politici dat bij ons kunnen, wanneer er naar hartenlust geroepen en geschreeuwd wordt om de simpelste mening te uiten, wanneer iedereen ongevraagd zijn hart bij je uitstort, wanneer één of andere baseballheld thuiskomt en het enorme nationalisme van dit land zich manifesteert, wanneer mensen met een kar vol plastieken zakjes een supermarkt uit komen lopen omdat ze nog nooit van het woord recycleren -of überhaupt het woord vuilnisbak, gehoord hebben,... Want ik heb het allemaal toch al eerder gezien en meegemaakt, ik heb de frustratie erom meegemaakt en ik ben eraan gewend geworden, maar toch begin ik nu weer van voor af aan.
Desalniettemin is deze cultuurshock op vele gebieden ook weer anders dan de vorige. De eerste grote tegenstelling met vorige keer is dat ik dit keer in een grote stad zit, wat in vele opzichten toch anders is dan die uithoek van Ecuador waar ik vorige keer verzeild ben geraakt. Je kan hier bijvoorbeeld wat anders te eten krijgen dan platano's en rijst (sterker nog, je kan hier zowat alles krijgen, want de stad is bezaaid met fastfoodketens, op dat gebied is het een klein New York) en ik word hier niet aangekeken en behandeld alsof ik van mars kom -wat een hele opluchting is, aangezien ze hier wel al gewend zijn aan gringo's. Maar dat kan ook gevolg zijn van de tweede tegenstelling; dat ik me in nogal een (steen)rijk milieu bevind. Aangezien Zuid-Amerika voornamelijk bestaat uit een (kleine) zeer rijke bevolkingsgroep, en een (veel grotere) zeer arme bevolkingsgroep, en ik vorige keer die tweede groep van dichtbij heb mogen bekijken, is het interessant de maatschappij eens vanuit het andere perspectief te bekijken.
Deze (steen)rijken bevestigen alle clichés. Ze hebben bedienden en chauffeurs, en in het weekend reizen ze af naar een van hun vele vakantiehuisjes die over het hele land uitgezaaid zijn. Hun kinderen zijn mollig en verwend en lopen de hele dag met hun neus tegen een iPad geplakt. Ze zijn lid bij fancy golf- en tennisclubs met zwembaden en voetbalvelden waar ze continue eten en drinken bestellen om er vervolgens de helft van te laten staan. Hun jobs hebben ze voornamelijk verkregen door vriendjespolitiek en ze ontlopen behendig belastingen (bijgevolg bestaat het concept belastingen hier bijna niet, want terwijl de rijken ze ontlopen hebben de armen er het geld niet voor) En ze lijken geen idee te hebben van de waarde van alles wat ze verspillen.
Dat laatste is dan weer iets dat ook bij de armen herkenbaar is, iets wat een gemeenschappelijke eigenschap lijkt te zijn van alle Latino's; tijd lijkt waardeloos voor hen, net als geld. Het enige waar ze echt veel belang aan hechten is familie en trots. Ze hebben liever zelf een kleine onderneming dan onder gezag te staan van een grote baas met een kans om zich op te werken. Dit heeft als gevolg dat de meeste mensen niet echt iets hebben waar ze naartoe werken, ze hebben geen doel. Ze maken nooit plannen en vertrouwen eerder op de zon dan op hun klok. Ze kabbelen maar wat voort. Sommigen leven, sommigen overleven. Maar waar ze heen gaan lijkt niemand te weten. Deze mentaliteit zet de woorden 'nut' en 'tijd' in een heel ander perspectief.
Ik daarentegen heb de eerste dagen dat ik hier was geworsteld met dat woord: 'nut'. Ik kende mijn weg nog niet goed in de stad en het land, en door spijbelende Dominicanen kon ik niet meteen aan mijn stage beginnen. Dus hing ik maar wat rond met mijn gastfamilie, deed ik de dingen die zij doen (bestaat basically uit wachten tot een neef of nicht, oom of tante belt om samen rond te gaan hangen) en wachtte ik tot ik kon beginnen met werken (elke dag was dat 'morgen') Elk uur schoot het door mijn hoofd 'Wat is het nut hiervan?' Ik wil dingen leren; als ik niet kan gaan werken wil ik reizen, dingen zien. Alles behalve her en der rondhangen en wachten tot er iets gaan gebeuren, niemand weet ooit wat en wanneer. Maar dat is ook leren, als je wilt leven in een maatschappij, niet als toerist maar werkende en als lid van een familie, is het net dat wat je moet leren; de mentaliteit van die maatschappij overnemen. Het woord 'nut' uit je woordenboek schrappen, net als 'plannen' en 'afspreken'.
Ondertussen begin ik een beetje gewend te geraken aan deze vreemde cultuur (hoewel ik er niet al te gewend aan moet worden, want dan heb ik een probleem wanneer ik terug kom) Ik weet wat beter hoe ik me moet bewegen in deze stad en deze maatschappij, hoe ik geregeld kan krijgen wat ik geregeld wil krijgen, hoe ik mijn ding kan doen en mijn tijd goed kan gebruiken zonder heb integratieproces (als je daar in zo'n korte tijd over kan spreken) te verstoren. Het gaat er om een evenwicht te vinden tussen dingen op je af te laten komen en het heft in eigen handen nemen. Het eerste is nodig om me echt in de mensen, hun manier van denken en hun maatschappij te verdiepen, en het tweede is nodig om ervaringen op te doen, en de korte tijd die ik hier heb goed te benutten. Shit, daar is het verboden woord weer. Je ziet, ik ben en blijf een Westerling.
Abonneren op:
Posts (Atom)