Het eerste waardoor ik overvallen word wanneer ik mijn eerste stappen in dit land zet is het enorme chaotische verkeer, mensen die liever toeteren dan een knipperlicht gebruiken en niet weten waar die witte strepen op straat voor dienen, hele families op een motor die behendig door de kluwen van auto's heen crossen, op elke hoek van de straat overvallen worden door massa's fruitverkopers, ramenwassers enzovoort, mensen die op straat rondhangen alsof ze wachten tot iemand werk in hun schoot komt werpen (het Europese fenomeen 'hangjongeren' geldt hier voor de hele bevolking, je zou het 'hangdominicanen' kunnen noemen) en de vele bedelaars die je elke keer weer voor het hartbrekende dilemma zetten; onjuist zijn en iets geven, of onmenselijk zijn en niks geven?
Ja hoor daar is ie weer, die goeie ouwe cultuurshock. Zo herkenbaar en toch zo vreemd. Ik verbaas me om mijn eigen verbazing wanneer mensen hevige discussie's voeren zoals alleen politici dat bij ons kunnen, wanneer er naar hartenlust geroepen en geschreeuwd wordt om de simpelste mening te uiten, wanneer iedereen ongevraagd zijn hart bij je uitstort, wanneer één of andere baseballheld thuiskomt en het enorme nationalisme van dit land zich manifesteert, wanneer mensen met een kar vol plastieken zakjes een supermarkt uit komen lopen omdat ze nog nooit van het woord recycleren -of überhaupt het woord vuilnisbak, gehoord hebben,... Want ik heb het allemaal toch al eerder gezien en meegemaakt, ik heb de frustratie erom meegemaakt en ik ben eraan gewend geworden, maar toch begin ik nu weer van voor af aan.
Desalniettemin is deze cultuurshock op vele gebieden ook weer anders dan de vorige. De eerste grote tegenstelling met vorige keer is dat ik dit keer in een grote stad zit, wat in vele opzichten toch anders is dan die uithoek van Ecuador waar ik vorige keer verzeild ben geraakt. Je kan hier bijvoorbeeld wat anders te eten krijgen dan platano's en rijst (sterker nog, je kan hier zowat alles krijgen, want de stad is bezaaid met fastfoodketens, op dat gebied is het een klein New York) en ik word hier niet aangekeken en behandeld alsof ik van mars kom -wat een hele opluchting is, aangezien ze hier wel al gewend zijn aan gringo's. Maar dat kan ook gevolg zijn van de tweede tegenstelling; dat ik me in nogal een (steen)rijk milieu bevind. Aangezien Zuid-Amerika voornamelijk bestaat uit een (kleine) zeer rijke bevolkingsgroep, en een (veel grotere) zeer arme bevolkingsgroep, en ik vorige keer die tweede groep van dichtbij heb mogen bekijken, is het interessant de maatschappij eens vanuit het andere perspectief te bekijken.
Deze (steen)rijken bevestigen alle clichés. Ze hebben bedienden en chauffeurs, en in het weekend reizen ze af naar een van hun vele vakantiehuisjes die over het hele land uitgezaaid zijn. Hun kinderen zijn mollig en verwend en lopen de hele dag met hun neus tegen een iPad geplakt. Ze zijn lid bij fancy golf- en tennisclubs met zwembaden en voetbalvelden waar ze continue eten en drinken bestellen om er vervolgens de helft van te laten staan. Hun jobs hebben ze voornamelijk verkregen door vriendjespolitiek en ze ontlopen behendig belastingen (bijgevolg bestaat het concept belastingen hier bijna niet, want terwijl de rijken ze ontlopen hebben de armen er het geld niet voor) En ze lijken geen idee te hebben van de waarde van alles wat ze verspillen.
Dat laatste is dan weer iets dat ook bij de armen herkenbaar is, iets wat een gemeenschappelijke eigenschap lijkt te zijn van alle Latino's; tijd lijkt waardeloos voor hen, net als geld. Het enige waar ze echt veel belang aan hechten is familie en trots. Ze hebben liever zelf een kleine onderneming dan onder gezag te staan van een grote baas met een kans om zich op te werken. Dit heeft als gevolg dat de meeste mensen niet echt iets hebben waar ze naartoe werken, ze hebben geen doel. Ze maken nooit plannen en vertrouwen eerder op de zon dan op hun klok. Ze kabbelen maar wat voort. Sommigen leven, sommigen overleven. Maar waar ze heen gaan lijkt niemand te weten. Deze mentaliteit zet de woorden 'nut' en 'tijd' in een heel ander perspectief.
Ik daarentegen heb de eerste dagen dat ik hier was geworsteld met dat woord: 'nut'. Ik kende mijn weg nog niet goed in de stad en het land, en door spijbelende Dominicanen kon ik niet meteen aan mijn stage beginnen. Dus hing ik maar wat rond met mijn gastfamilie, deed ik de dingen die zij doen (bestaat basically uit wachten tot een neef of nicht, oom of tante belt om samen rond te gaan hangen) en wachtte ik tot ik kon beginnen met werken (elke dag was dat 'morgen') Elk uur schoot het door mijn hoofd 'Wat is het nut hiervan?' Ik wil dingen leren; als ik niet kan gaan werken wil ik reizen, dingen zien. Alles behalve her en der rondhangen en wachten tot er iets gaan gebeuren, niemand weet ooit wat en wanneer. Maar dat is ook leren, als je wilt leven in een maatschappij, niet als toerist maar werkende en als lid van een familie, is het net dat wat je moet leren; de mentaliteit van die maatschappij overnemen. Het woord 'nut' uit je woordenboek schrappen, net als 'plannen' en 'afspreken'.
Ondertussen begin ik een beetje gewend te geraken aan deze vreemde cultuur (hoewel ik er niet al te gewend aan moet worden, want dan heb ik een probleem wanneer ik terug kom) Ik weet wat beter hoe ik me moet bewegen in deze stad en deze maatschappij, hoe ik geregeld kan krijgen wat ik geregeld wil krijgen, hoe ik mijn ding kan doen en mijn tijd goed kan gebruiken zonder heb integratieproces (als je daar in zo'n korte tijd over kan spreken) te verstoren. Het gaat er om een evenwicht te vinden tussen dingen op je af te laten komen en het heft in eigen handen nemen. Het eerste is nodig om me echt in de mensen, hun manier van denken en hun maatschappij te verdiepen, en het tweede is nodig om ervaringen op te doen, en de korte tijd die ik hier heb goed te benutten. Shit, daar is het verboden woord weer. Je ziet, ik ben en blijf een Westerling.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten